Terug

Het belang van oxytocine tijdens en na de zwangerschap

Oxytocine heeft interessante effecten op ons gedrag. Het wordt in verband gebracht met gevoelens van vertrouwen en verbondenheid. Zo speelt het een belangrijke rol bij sociale interacties en het ervaren van plezier. Oxytocine heeft in de volksmond allerlei bijnamen: knuffelhormon, liefdeshormoon, relaxhormoon.

Het is ook één van de zwangerschapshormonen. Het is belangrijk bij de bevalling en heeft een bepalende functie bij de borstvoeding. Het hormoon draagt daarnaast een steentje bij tijdens de bevruchting en verstrekt de band met je kind.

Wat is Oxytocine?

Oxytocine is één van de zwangerschapshormonen die vóór, tijdens en na de zwangerschap van grote invloed zijn. Het wordt geproduceerd in de hypothalamus, een klein onderdeel van je hersenen.
Oxytocine is echter een uitzonderlijke stof, want het is niet alleen een hormoon, maar ook een neurotransmitter. Dat betekent dat het een zeer krachtige uitwerking in het lichaam kan hebben: als een hormoon ook als neurotransmitter functioneert, gaat de werking extra snel. Hormonen moeten eerst nog een zekere ‘afstand’ afleggen, maar neurotransmitters hebben een instant-effect.

Oxytocine en seksualiteit

Oxytocine speelt ook een rol bij het vrijen. Bij de man stimuleert het de erectie en zaadlozing. Bij vrouwen zorg het voor kleine spiertrekkingen in de vagina en baarmoeder. Je krijgt dus meer oxytocine in je bloed als je vrijt. Bij het orgasme van de vrouw helpt de vrijkomende oxytocine de zwemtocht van de spermacellen doordat de baarmoeder samentrekt. Het bevordert op deze manier de bevruchting.

Oxytocine zorgt ook voor slaperigheid, dit verklaart dan ook dat veel mannen na de seks snel in slaap vallen. Mannen en vrouwen hebben beide na een orgasme een piek in hun oxytocineproductie, bij mannen is die piek hoger dan bij vrouwen.

Oxytocine tijdens de bevalling

Tijdens de zwangerschap wordt er extra oxytocine aangemaakt. Het effect daarvan wordt echter nog geremd onder invloed van progesteron. Dat zorgt ervoor dat je niet te vroeg bevalt. Oxytocine is namelijk het hormoon dat zorgt voor weeën. Tegen het einde van de zwangerschap wordt er minder progesteron gemaakt en meer prostaglandine en oxytocine.

Als de bevalling begint, zet de oxytocine het spierweefsel van je baarmoeder aan tot regelmatige (steeds krachtiger en pijnlijker) wordende samentrekkingen – weeën. De aanmaak van oxytocine gebeurt stootsgewijs. Dit geeft tijd tussen de weeën om heel even bij te komen. Oxytocine heeft een wisselwerking met het hormoon endorfine; een natuurlijke pijnstiller die goed van pas komt tijdens een bevalling.

Wanneer de bevalling niet vordert doordat de weeën te zwak zijn of zelfs stoppen, kan je kunstmatig oxytocine via een infuus krijgen. Zo kan de bevalling weer op gang gebracht worden. Ook bij het inleiden van de bevalling wordt gebruikt gemaakt van dit zwangerschapshormoon.

Ook na de bevalling trekken de spiercellen van je baarmoeder zich samen onder invloed van oxytocine. Dit voel je als naweeën. Omdat je baby met het zuigen aan de borst de aanmaak van oxytocine bevordert, kan je in het begin naweeën krijgen tijdens de borstvoeding. Best vervelend omdat deze naweeën ook pijnlijk kunnen zijn. Echter hebben ze wel degelijk een functie: het samentrekken van je baarmoeder drukt namelijk gescheurde bloedvaatjes dicht. Frequent aanleggen van je pasgeboren baby is dus niet alleen fijn en intiem, maar beperkt ook het bloedverlies na je bevalling.

Oxytocine en borstvoeding

In de borstvoedingswereld is oxytocine bekend als de factor voor het toeschieten van de melk.
Zonder oxytocine geen goed lopende borstvoedingsperiode, want borstvoeding is een kwestie van melk maken en melk geven. Oxytocine zorgt dus voor het geven. Wanneer je baby aan je borst ligt, prikkelt hij de zenuwuiteinden van je tepel en tepelhof door het sabbelen en zuigen aan je tepel. Dit stuurt een signaaltje naar je hersenen, waarop oxytocine en prolactine uitgescheiden worden.

Als een moeder gaat voeden, is er vraag naar melk en moet haar lichaam via de hypofyse prolactine (het hormoon dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van melk) afgeven om de melkproductie op peil te houden. Om dat te bereiken is het noodzakelijk dat het dopamineniveau in het bloed daalt. De toeschietreflex (oxytocine) zet dit mechanisme in gang en veroorzaakt een dopaminedaling ten behoeve van de melkproductie. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiertjes van de melkkanalen en melkkliertjes in je borst samentrekken. De melk wordt door het stelsel van melkkanalen naar de tepel geperst en je baby kan drinken. Door de toeschietreflex worden de melkkanalen achter je tepelhof wijder, zodat de melk goed kan toestromen. Dit toeschietreflex kan je soms goed voelen in je borsten.

Dopamine (zowel hormoon als neurotransmitter) speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. Meestal zorgt je lijf voor een juiste afstemming tussen de hormonen. Maar wanneer het niveau van dopamine te sterk of te snel daalt, voelt een mens zich ellendig en word je somber. Een moeder die borstvoeding geeft en te maken krijgt met een te sterke daling van dopamine kan hierdoor dus sombere gedachten ontwikkelen.

Dit wordt een D-TSR, dysforische toeschietreflex genoemd. De balans tussen diverse hormonen is verstoord en veroorzaakt klachten. Dit is erg vervelend; sommige moeders zijn hier gevoelig voor. Het wordt dan vaak gezien als postnatale depressie, terwijl dit niet helemaal passend is. Bij een D-TSR ervaart de moeder deze emoties rondom het voeden, bij een postnatale depressie gaan deze sombere gevoelens niet meer weg. Al kan het natuurlijk wel samengaan.

Ook bij borstvoeding zorgt het hormoon oxytocine voor slaperigheid. Vandaar dat je tijdens het voeden vaak gaat knikkebollen. Als je liggend voedt, val je daardoor gemakkelijker in slaap en dat is vooral bij nachtvoedingen erg handig.

Al met al kunnen we concluderen dat oxytocine een bijzonder veelzijdig stofje is, en dat het rondom zwangerschap, bevalling en borstvoeding een essentiële functie heeft.