Terug
Borstvoeding aanleggen: stap voor stap uitgelegd | Ardo

Borstvoeding aanleggen: zo doe je dat stap voor stap

Een goede aanleg is het begin van een fijne borstvoedingstijd. Niet altijd vanzelfsprekend, wel te leren.

Je baby goed aanleggen lijkt soms iets dat vanzelf moet gaan, maar voor veel moeders is het in het begin best zoeken. En dat is normaal. Borstvoeding geven is iets dat jij en je baby samen leren, stapje voor stapje. In dit artikel lopen we rustig door wat een goede aanleg precies inhoudt, hoe je dat herkent, en wat je kunt doen als het nog niet helemaal lekker loopt.

Waarom een goede aanleg zo belangrijk is

Bij een goede aanleg neemt je baby een flinke hap van de borst, niet alleen de tepel. Dat klinkt misschien een beetje technisch, maar het maakt echt verschil. Een diepe, goede hap voorkomt dat je tepels overmatig geprikkeld of beschadigd raken, en zorgt ervoor dat je baby de melk er effectief uit kan halen. Hoe beter en vaker je baby drinkt, hoe beter je melkproductie op gang komt en blijft. Vraag en aanbod werken hand in hand.

Het is goed om te weten: borstvoeding geven mag geen pijn doen. Een beetje een trekkend gevoel bij het begin van een voeding kan, maar aanhoudende pijn is een signaal dat de aanleg waarschijnlijk niet helemaal goed gaat. Daar is niets vreemds of beschamends aan, het betekent vooral dat er nog wat te oefenen is.

Borstvoeding aanleggen: stap voor stap uitgelegd | Ardo

Voor je begint: zoek een houding die voor jou werkt

Er is geen ‘juiste’ houding die voor iedereen werkt het beste. Het draait erom dat jij ontspannen kan zitten of liggen, en dat je baby goed naar je toe gedraaid ligt. Een paar veelgebruikte houdingen:

  • Wieghouding (Madonnahouding): je zit rechtop, je baby ligt op zijn zij op je onderarm, buikje tegen jou aan. Een van de meest gebruikte houdingen, en je kunt goed zien of de aanleg klopt.
  • Rugbyhouding: je baby ligt naast je, onder je arm, met de voeten richting je rug. Fijn na een keizersnede of als je grotere borsten hebt.
  • Zijligging: jullie liggen allebei op de zij, buik tegen buik. Prettig in de nacht of als je net bent bevallen.
  • Achterover leunend (liggende positie): je leunt rustig achterover met kussens in je rug, je baby ligt op je buik. Vaak fijn voor de allereerste voedingen.

Gebruik gerust kussens om jezelf en je baby te ondersteunen. Hoe minder je hoeft te ondersteunen met je eigen spierkracht, hoe langer je het ontspannen volhoudt. Buig niet naar voren naar je baby toe, dat is zwaar voor je rug en nek. Breng je baby naar je borst, niet je borst naar je baby.

Stap voor stap: zo leg je je baby aan

  1. Zorg dat je zelf ontspannen zit of ligt. Adem even rustig uit voordat je begint.
  2. Houd je baby dicht tegen je aan, buik tegen buik, met het hele lijfje naar je toegedraaid. Hoofdje, schoudertjes en heupjes liggen ongeveer in één lijn.
  3. Steun je borst eventueel met je vrije hand: vingers onder de borst, duim erboven, ver genoeg van de tepelhof zodat je baby ongestoord kan drinken.
  4. Prikkel zachtjes met je tepel de bovenlip van je baby, tot de mond wijd open gaat. Dit heet de zoekreflex.
  5. Breng je baby nu naar je borst, kin eerst, met het neusje ter hoogte van de tepel. Wacht tot de mond echt wijd open is voordat je doorgaat.
  6. Laat je baby een flinke hap nemen, niet alleen van de tepel maar ook van het tepelhof eromheen.

Borstvoeding aanleggen: stap voor stap uitgelegd | Ardo

Hoe weet je of de aanleg goed is?

Je kunt niet precies zien hoeveel melk je baby binnenkrijgt, maar er zijn wel duidelijke signalen die laten zien dat het goed gaat:

  • De lippen van je baby zijn naar buiten gekruld, niet naar binnen.
  • De wangen zien er rond uit tijdens het drinken, niet ingetrokken.
  • Je hoort rustig, ritmisch slikken, geen klakkende geluidjes.
  • Het voeden doet geen pijn. Het kan in het begin van de voeding een stekend gevoel geven, maar het mag niet aanhoudend pijnlijk zijn.
  • Na de voeding ziet je tepel er rond uit, zonder afgeplatte vorm of verkleuring.

Komt de neus van je baby te veel in je borst te zitten? Trek dan de billetjes iets dichter naar je toe, zodat het hoofdje een beetje naar achteren kantelt. Dat geeft meer ruimte om vrij te ademen.

Als het nog niet lekker loopt

Doet het voeden pijn? Schuif dan voorzichtig je pink in de mondhoek van je baby om de hap los te maken, en leg opnieuw aan. Probeer je baby nooit los te trekken, dat is vervelend voor jullie allebei.

Het is heel gewoon dat dit de eerste dagen en weken nog wat oefenen vraagt. Veel ziekenhuizen en kraamzorgorganisaties raden aan om je baby in de eerste dagen vaak aan te leggen, soms wel 8 tot 12 keer per etmaal, om de melkproductie goed op gang te helpen. Heb je langer last van pijn, kloven, of twijfel je of je baby wel genoeg drinkt? Aarzel dan niet om je kraamverzorgende, verloskundige of een lactatiekundige om hulp te vragen. Zij kunnen met je meekijken en precies zien waar de aanleg nog bijgesteld kan worden. Dat hoort echt bij het proces, en je staat er niet alleen voor.

Borstvoeding geven wordt soms afgeschilderd als iets dat helemaal natuurlijk en moeiteloos verloopt. Voor veel moeders is de realiteit dat het oefenen vraagt, geduld, en soms een paar lastige dagen voordat het lekker gaat lopen. Dat maakt jou niet minder goed in wat je doet. Elke moeder en elke baby vinden hun eigen ritme, en dat mag op zijn eigen tempo gaan.

 

 

Bron: dit artikel is gebaseerd op richtlijnen en informatie van onder meer Borstvoeding vzw, Radboudumc, HagaZiekenhuis en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Dit artikel is informatief en vervangt geen persoonlijk advies van een lactatiekundige, verloskundige of kraamverzorgende.